Pieter Wiegersma, Sint Hubertus, 1959

Sint Hubertus, 1959

Glazenier in Deurne

In de eerste jaren maakt hij ramen voor verschillende kerken in Brabant, o.a. in Deurne en Eindhoven.

Het is een moeilijke tijd: crisis, weinig werk en veel invloed en bemoeienis van zijn vader. De oorlog breekt uit. Op 25 maart 1941 wordt hij samen met zijn vader opgepakt op verdenking van illegaal wapenbezit en anti-Duitse propaganda en afgevoerd naar cel 4 van De Koepelgevangenis in Breda. Twee maanden later wordt hij weer vrijge­laten wegens gebrek aan bewijs.

In 1942 trouwt hij met Flossy Goyarts, die hem in de zes daarop volgende jaren vier kinderen schenkt: Wieger (overleden in 1948), Janne, Alja en Tjerk. Na hun huwelijk nemen ze hun intrek in het Klein Kasteel in Deurne, dat ze huren van hun vriend Theodoor (Toti) de Smeth.

Hij richt er een glasatelier in en maakt clandestien kleine nationalistische raampjes, met teksten als “den vaderland getrouwe” en met wat nationale symbolen, snel gemaakt werk om de kost te verdienen. In november 1943 wordt hun huis gevorderd door de Grüne Polizei, waarna ze bij Toti de Smeth intrekken op het tegenoverliggende Groot Kasteel. In 1944 wordt het Groot Kasteel gevorderd door de SS. Pieter wordt met vrouw en kind op straat gezet. Ze vluchten naar De Wieger. Al hun bezittingen gaan bij de beschietingen van het Groot Kasteel door de Engelsen bij de bevrijding van Deurne in september 1944 verloren. Pieter gaat in vrijwillige dienst bij het Engelse leger.

Na de oorlog tolkt hij bij rechterlijke uitspraken en helpt als verbindingsofficier bij het vaststellen van de Oder-Neissegrens.

Samen met zijn vriend, de architect Gillis Holst, bouwt hij een woonhuis tegenover De Wieger, waar het gezin ruim twee jaar blijft wonen.

Als Theodoor de Smeth in 1948 naar Hilversum verhuist om daar gemeentesecretaris te worden, koopt Hendrik Wiegersma het Klein Kasteel en nemen Pieter en Flossy er met hun kinderen voor de tweede keer hun intrek.

Een tijd van hard werken volgt.

Doordat er talloze ramen in de oorlog zijn vernield, moet er veel opnieuw beglaasd worden.

Pieter ontwerpt en voert, meestal samen met een of twee assistenten, ramen uit voor kerken, onder andere in Eindhoven, Nijmegen, Maastricht maar ook voor gemeentehuizen en scholen.

Vanaf 1957 maakt hij alleen nog de ontwerpen en schildert het glas.

De technische uitvoering laat hij over aan glasatelier Flos in Steyl.

In 1952 krijgt hij zijn meest prestigieuze opdracht: drie gebrandschilderde ramen voor de doop en Mariakapel van de St. Janskathedraal in Den Bosch. Tussen 1955-1959 voert hij zijn grootste opdracht uit: de complete beglazing (veertig ramen) voor de St. Willibrorduskerk in Liessel.

De beglazing van deze kerk behoort tot zijn beste werk.

In 1959-1960 ontwerpt hij het interieur van de crypte en de sarcofagen in marmer intarsiatechniek en de beglazing van de huiskapel van kasteel De Haar te Haarzuilens.

Een vergelijkbaar groot project voert hij uit voor de Zusters van Liefde in Schijndel, waar hij vanaf 1954 de kans krijgt niet alleen acht vensters van glas-in-lood te voorzien, maar ook het interieurontwerp en de inrichting voor zijn rekening te nemen.

In de kapel realiseert hij in de jaren vijftig en zestig een altaar, een wijwatervont met marmerintarsia en een wandtapijt.

Voor Pieter zijn deze beide interieuropdrachten van groot belang in zijn totale oeuvre.


Bekijk de glas-in-lood ramen van Pieter Wiegersma